Het aantal werknemers in de sector zorg en welzijn in Noord-Nederland neemt al jaren toe. Het afgelopen jaar zelfs nog iets sneller dan in voorgaande jaren. Alle groei ten spijt is er nog steeds sprake van krapte op de arbeidsmarkt en wordt het tekort aan zorgpersoneel in de toekomst alleen maar groter. Niet alle branches in de sector ondervinden de problemen in dezelfde mate. Andere belangrijke arbeidsmarktontwikkelingen zijn de afname van het aantal zzp'ers door de aanscherping van de Wet DBA en de gelijktijdige vergrijzing én vergroening van het personeelsbestand.
1.1 Toenemende groei van aantal werknemers
Het aantal werknemers in zorg en welzijn in Noord-Nederland is in 2024 verder toegenomen. Zoals blijkt uit figuur 1.1 komt dit overeen met de langjarige trend. Het totaal aantal werknemers kwam in het 1e kwartaal van 2025 op 171.800. Er kwamen in een jaar tijd 2.900 werknemers bij, een groei van 1,7%. Het aantal werknemers in de sector zorg en welzijn groeit daarmee harder dan in de andere economische sectoren in Noord-Nederland (+0.9%). De werknemersgroei in Noord-Nederland loopt wel wat achter op de rest van Nederland. Het aantal werknemers in de zorg- en welzijnssector is in heel Nederland namelijk toegenomen met 2,3%. Ook voor heel Nederland geldt dat de werknemersgroei in de sector zorg en welzijn harder gaat dan in andere sectoren (+1,2%).
Figuur 1.1 Aantal werknemers zorg en welzijn Noord-Nederland 2015-2025
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Jaar | Werknemers |
|---|---|
| 2015 | 143300 |
| 2016 | 138900 |
| 2017 | 143700 |
| 2018 | 146800 |
| 2019 | 152900 |
| 2020 | 157000 |
| 2021 | 160800 |
| 2022 | 164000 |
| 2023 | 167800 |
| 2024 | 168900 |
| 2025 | 171800 |
Bron: Statistiek Werkgelegenheid en Lonen (SWL), CBS augustus 2025 bewerking ZorgpleinNoord.
1.2 Instroom neemt toe, uitstroom neemt af
De groei van het aantal werknemers was in 2024 (+1,7%) hoger dan in 2023 (+0,7%). Figuur 1.2 laat zien dat dit komt door zowel een hogere instroom als een lagere uitstroom van werknemers. Na jaren waarin de in- en uitstroom steeds dichter bij elkaar kwamen is er sprake van een kleine trendbreuk. De komende jaren zullen uitwijzen of deze trend van stijgende instroom en dalende uitstroom een duurzaam karakter heeft. Een scenario zoals voor 2017, waarin het aantal werknemers in zorg en welzijn afnam, lijkt voorlopig in ieder geval afgewend. Een verdere verdieping van de ontwikkeling van de instroom en uitstroom is te vinden in respectievelijk hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3.
Figuur 1.2 In- en uitstroom van werknemers in Noord-Nederland
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Instroom in zorg en welzijn | Uitstroom uit zorg en welzijn | Saldo | |
|---|---|---|---|
| 2015 | 13040 | 16150 | -3110 |
| 2016 | 13560 | 17870 | -4310 |
| 2017 | 17010 | 12220 | 4800 |
| 2018 | 16200 | 12990 | 3210 |
| 2019 | 19330 | 13220 | 6110 |
| 2020 | 18110 | 14110 | 4000 |
| 2021 | 16690 | 13020 | 3670 |
| 2022 | 18560 | 15490 | 3070 |
| 2023 | 19510 | 15870 | 3640 |
| 2024 | 17940 | 16960 | 970 |
| 2025 | 18710 | 16010 | 2700 |
Bron: Statistiek Werkgelegenheid en Lonen (SWL), CBS augustus 2025 bewerking ZorgpleinNoord.
1.3 Sterke toename sociaal werk, stagnatie VVT
De groei van het aantal werknemers is in de afgelopen vijf jaar niet evenredig verdeeld over de verschillende branches in zorg en welzijn. Figuur 1.3 laat zien dat sommige branches sinds 2020 een gestage groei hebben doorgemaakt, terwijl de groei in andere branches lijkt te stagneren. Vooral in de branches jeugdzorg (+47%), kinderopvang (+46%), sociaal werk (+39%) en huisartsen en gezondheidscentra (+26%) is het aantal werknemers sterk toegenomen tijdens deze periode. Het aantal werknemers in ziekenhuizen (-2%) en VVT (2%) nam daarentegen niet of nauwelijks toe.
Figuur 1.3 Aantal werknemers per branche zorg en welzijn Noord-Nederland van 2020 tot 2025
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verpleging, verzorging en thuiszorg | 55600 | 57500 | 56200 | 56300 | 56800 | 56500 |
| Gehandicaptenzorg | 22700 | 22900 | 22900 | 23000 | 24200 | 24600 |
| Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg | 22900 | 23100 | 25000 | 25300 | 22200 | 22500 |
| Overige zorg en welzijn | 12000 | 11900 | 12400 | 12100 | 12500 | 13200 |
| Universitair medische centra | 12000 | 12100 | 12300 | 12500 | 12700 | 12800 |
| Geestelijke gezondheidszorg | 10300 | 10700 | 10800 | 11100 | 12100 | 12200 |
| Kinderopvang (incl. peuterspeelzaalwerk) | 8200 | 9000 | 10000 | 11200 | 11300 | 12000 |
| Sociaal werk | 6400 | 6300 | 6900 | 7700 | 8100 | 8900 |
| Huisartsen en gezondheidscentra | 3800 | 4000 | 4200 | 4300 | 4600 | 4800 |
| Jeugdzorg | 3000 | 3200 | 3300 | 4300 | 4400 | 4400 |
Bron: Statistiek Werkgelegenheid en Lonen (SWL), CBS augustus 2025 bewerking ZorgpleinNoord.
In 2024 (figuur 1.4), zet de groei van het aantal werknemers grotendeels de eerder beschreven trends voort. De branches sociaal werk, kinderopvang, en huisartsen en gezondheidscentra blijven groeien, terwijl er geen of lage groei is in de VVT en ziekenhuizen.
Figuur 1.4 Groei aantal werknemers zorg en welzijn per branche, Noord-Nederland 2024-2025
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Groei Noord-Nederland | Groei Nederland | |
|---|---|---|
| Verpleging, verzorging en thuiszorg | -0,5% | 1,6% |
| Gehandicaptenzorg | 1,7% | 1,1% |
| Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg | 1,4% | 0,4% |
| Overige zorg en welzijn | 5,6% | 4,6% |
| Universitair medische centra | 0,8% | 1,9% |
| Geestelijke gezondheidszorg | 0,8% | 2,7% |
| Kinderopvang (incl. peuterspeelzaalwerk) | 6,2% | 4,4% |
| Sociaal werk | 9,9% | 5,8% |
| Huisartsen en gezondheidscentra | 4,3% | 5,6% |
| Jeugdzorg | 0,0% | 5,9% |
Bron: Statistiek Werkgelegenheid en Lonen (SWL), CBS augustus 2025 bewerking ZorgpleinNoord.
Opvallend genoeg is er ook geen groei waar te nemen in de jeugdzorg. Dit is een opvallende trendbreuk in vergelijking met de afgelopen jaren en het verschilt met het landelijk beeld waar het aantal jeugdzorgmedewerkers nog steeds toeneemt. De stagnatie van het aantal werknemers in de jeugdzorg valt samen met een kleine afname sinds 2023 van het aantal jongeren dat jeugdzorg ontvangt.
Onderzoek over de precieze oorzaken van deze daling ontbreekt tot op heden, maar het is goed voorstelbaar dat investeringen in welzijnswerk en de eerste lijn hieraan hebben bijgedragen. De effecten van preventie op zorggebruik zijn lastig te meten (SEO, 2024), maar het Nederlands Jeugdinstituut (2019) omschrijft vier ingrediënten die van belang zijn in een goed werkend jeugdstelsel. Boven op een sterke basis (gezin, kinderopvang, school, buurt, sport, etc.), zijn dit goede preventie, een sterke eerste lijn en vervolgens een intensievere jeugdzorg met duurzame effecten.
Ook in het Integraal Zorgakkoord en het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord is veel aandacht voor de beweging van zorg naar het ‘voorliggend veld’. Dit betekent dat meer ruimte moet worden gemaakt om mensen met problemen vroegtijdig te signaleren en te helpen. In Noord-Nederland lijkt het erop dat deze ruimte daadwerkelijk wordt gemaakt, gezien de sterke en doorgaande groei van het aantal werknemers in de branche sociaal werk. Bovendien geeft de groei van de branche huisartsen en gezondheidscentra aan dat ook de eerste lijn wordt versterkt. Dit samen kan ertoe hebben geleid dat het aantal jongeren dat jeugdzorg ontvangt is afgenomen en daarmee de druk op arbeidsmarkt in de jeugdzorg.
Het aantal werknemers in de VVT is de afgelopen jaren gestagneerd en in 2024 zelfs gedaald. Deze ontwikkeling komt niet uit de lucht vallen. De VVT is al jaren een branche van waaruit meer werknemers de stap naar een andere branche in zorg en welzijn maken dan andersom. Toch is het een ontwikkeling die blijvende aandacht verdient wanneer in ogenschouw wordt genomen dat de vergrijzing stevig doorzet. Er zijn namelijk meer ouderen, maar minder werknemers om zorg te verlenen aan deze ouderen. We zien daardoor in tabel 1.1 een toename van het aantal 75-plussers per medewerker in de VVT sinds 2020. Tussen 2015 en 2020 was er ook een stijging van het aantal 75-plussers, maar steeg het aantal werknemers in hetzelfde tempo mee. Na 2020 bleef het aantal 75-plussers stevig toenemen, maar is nog nauwelijks sprake van een toename van het aantal werknemers in de branche.
Tabel 1.1 Aantal 75-plussers ten opzichte van het aantal werknemers VVT, Noord-Nederland 2015-2025
| Jaar | Bevolking 75+ Noord-Nederland | Werknemers VVT | Aantal 75+per werkende VVT |
|---|---|---|---|
| 2015 | 141.910 | 46.800 | 3,0 |
| 2020 | 160.402 | 55.600 | 2,9 |
| 2024 | 188.921 | 56.800 | 3,3 |
| 2025 | 194.490 | 56.500 | 3,4 |
Het is natuurlijk niet zo dat iedere 75-plusser hulpbehoevend is. Veel mensen redden zich prima en daarbij komt dat mensen steeds gezonder oud worden. Daardoor kunnen ze langer thuis wonen en vermindert de druk op de verpleeghuiszorg. Dat blijkt ook uit de berichten dat er leegstand is in verpleeghuizen (Nationale Zorggids, 2025; Zorgvisie, 2025) en de wachtlijsten ervoor afnemen (De Volkskrant, 2025). Niet iedere extra 75-plusser zorgt dus voor een extra zorgvraag.
Toch laten cijfers zien dat in Noord-Nederland, net als in de rest van Nederland, het aantal Wlz-indicaties stijgt en de Wmo-ondersteuning toeneemt (VNG, 2025). Er is dus wel degelijk sprake van een grotere zorgvraag in de VVT. Dat hier op dit moment niet voldoende personeel voor is blijkt onder andere uit het nog steeds stijgende aantal vacatures in de VVT. Je zou dus verwachten dat de werkdruk toeneemt en daarmee mogelijk het verzuim. Opvallend genoeg is dit niet het geval. De ervaren werkdruk in de VVT is de afgelopen jaren namelijk afgenomen en de werktevredenheid is toegenomen. Hoe dit kan is nog onduidelijk. Het zou kunnen dat steeds meer zorgtaken door mantelzorgers worden verricht, of in verpleeghuizen door vrijwilligers. Uit het veld komen echter ook berichten dat organisaties niet altijd meer de excellente zorg kunnen leveren die ze eigenlijk nastreven.
1.4 Zorgpersoneel verjongt én veroudert
De gemiddelde leeftijd van zorgpersoneel neemt al jaren langzaam af. In 2020 lag de gemiddelde leeftijd nog op 42,5 jaar, inmiddels is dit 42,0 jaar (figuur 1.5). Er kan dus gesteld worden dat de sector verjongt. Toch is dit slechts een deel van het verhaal. Figuur 1.6 toont inderdaad dat het aantal werknemers jonger dan 25 jaar de afgelopen 10 jaar met 60% is toegenomen. Tevens is het aantal werknemers van 55 jaar en ouder ook met 47% toegenomen. In de sector vindt daarom een verjonging én een veroudering plaats.
Figuur 1.5 Gemiddelde leeftijd werknemers zorg en welzijn, Noord-Nederland 2015-2025
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| 2015 | 42,5 |
|---|---|
| 2016 | 42,5 |
| 2017 | 42,6 |
| 2018 | 42,5 |
| 2019 | 42,4 |
| 2020 | 42,4 |
| 2021 | 42,2 |
| 2022 | 42,2 |
| 2023 | 42,2 |
| 2024 | 42,2 |
| 2025 | 42 |
Bron: Statistiek Werkgelegenheid en Lonen (SWL), CBS augustus 2025 bewerking ZorgpleinNoord.
Figuur 1.6 Procentuele groei werknemers zorg en welzijn per leeftijdsgroep, Noord-Nederland 2015-2025
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| % groei 2015-2025 | |
|---|---|
| <25 jaar | 60% |
| 25-35 jaar | 30% |
| 35-45 jaar | 10% |
| 45-55 jaar | -15% |
| >55 jaar | 47% |
Bron: Statistiek Werkgelegenheid en Lonen (SWL), CBS augustus 2025 bewerking ZorgpleinNoord.
Tegelijkertijd zien we dat de groei van het personeel in de leeftijdsgroepen 25-45 jaar wat achterblijft. In de leeftijdsgroep 45-55 jaar is zelfs sprake van een daling van het aantal werknemers. De daling van deze leeftijdsgroep past in een landelijke trend die te vinden is in alle sectoren (-8% tussen 2015 en 2025). Het is het gevolg van de demografische opbouw in Nederland. Tot 1970 werden er namelijk veel kinderen geboren en na 1970 een stuk minder. De generatie van vóór 1970 is daarom groter dan die van na 1970 en dit laat zich, ruim 50 jaar later, terugzien in de leeftijdsopbouw van de arbeidsmarkt.
De afname van de leeftijdsgroep 45-55 jaar is in Noord-Nederland (-15% tussen 2015 en 2025) iets sterker dan landelijk (-13%). Toch verschilt de leeftijdsopbouw van de sector zorg en welzijn in Noord-Nederland niet wezenlijk van die van de sector zorg en welzijn in de rest van Nederland (figuur 1.7). Wel laat de figuur zien dat er in de sector meer ouderen en minder jongeren zitten dan in andere sectoren. Dit geldt zowel voor Noord-Nederland als landelijk.
De vergrijzing van de sector is vooral te vinden in de branches VVT en ziekenhuizen, waar rond 30% van de werknemers ouder dan 55 jaar is. Opvallend is dat in de VVT ook een bovengemiddeld aandeel werknemers onder de 25 jaar werkzaam is. De branches met de jongste werknemers in de sector zorg en welzijn zijn de kinderopvang en jeugdzorg. In deze branches is ongeveer de helft van de werknemers jonger dan 35 jaar.
Figuur 1.7 Leeftijdsopbouw werknemers, per branche Noord-Nederland 2025
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| <25 jaar | 25-35 jaar | 35-45 jaar | 45-55 jaar | >55 jaar | |
|---|---|---|---|---|---|
| Kinderopvang | 27% | 27% | 21% | 14% | 11% |
| Jeugdzorg | 16% | 34% | 20% | 16% | 14% |
| Universitair medische centra | 11% | 29% | 20% | 20% | 20% |
| Sociaal werk | 10% | 26% | 22% | 20% | 22% |
| Gehandicaptenzorg | 14% | 23% | 20% | 20% | 23% |
| Overige zorg en welzijn | 11% | 25% | 21% | 20% | 23% |
| Geestelijke gezondheidszorg | 7% | 24% | 24% | 20% | 25% |
| Huisartsen en gezondheidscentra | 8% | 19% | 23% | 25% | 25% |
| Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg | 10% | 21% | 20% | 21% | 28% |
| Verpleging, verzorging en thuiszorg | 16% | 15% | 16% | 21% | 32% |
| Zorg en welzijn (breed) NL | 14% | 22% | 20% | 19% | 25% |
| Zorg en welzijn (breed) Noord-Nederland | 14% | 22% | 19% | 20% | 25% |
| Alle sectoren Nederland | 18% | 22% | 19% | 19% | 22% |
| Alle sectoren Noord-Nederland | 19% | 20% | 18% | 19% | 24% |
Bron: Statistiek Werkgelegenheid en Lonen (SWL), CBS augustus 2025 bewerking ZorgpleinNoord.
1.5 Minder ingeschreven zzp'ers in zorg en welzijn
In 2024 kondigde de Belastingdienst aan dat per 1 januari 2025 strenger gecontroleerd ging worden op de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA). Deze aanscherping van het beleid heeft gevolgen gehad voor de arbeidsmarkt zorg en welzijn in Noord-Nederland. Uit cijfers van de Kamer van Koophandel blijkt dat het aantal zzp’ers dat in het handelsregister onder zorg en welzijn staat ingeschreven gedurende het eerste half jaar van 2025 met 3% is afgenomen. Deze afname vond met name plaats in de branches VVT en gehandicaptenzorg, branches waar in Noord-Nederland relatief al weinig zzp’ers actief waren.
De cijfers van de Kamer van Koophandel geven een indicatie van de ontwikkeling van het aantal zzp’ers in zorg en welzijn in Noord-Nederland, maar geen volledig beeld over de daadwerkelijke inzet. Er kunnen namelijk zzp’ers ingeschreven staan die niet meer als zodanig actief zijn in zorg en welzijn. Zij kunnen ofwel de sector hebben verlaten, in loondienst zijn gekomen of via een uitzendconstructie werkzaam zijn.
Een onderzoek onder het werkgeverspanel van ZorgpleinNoord (N=21) geeft in ieder geval aanleiding te denken dat een deel van de zorg- en welzijnsorganisaties in Noord-Nederland gestopt is met het inhuren van zzp’ers. Zij laten daarnaast weten dat ze in plaats daarvan werknemers in loondienst hebben genomen, maar dat ook regelmatig gebruik wordt gemaakt van uitzendconstructies. Een mogelijke derde weg die wordt verkend is het opzetten van een regionale flexpool. Organisaties geven aan daar interesse in te hebben.
1.6 Grote krapte op de arbeidsmarkt
Hoewel er in Noord-Nederland in de afgelopen tien jaar zo’n 30.000 werknemers in de sector zorg en welzijn zijn bijgekomen, blijft de arbeidsmarkt kampen met tekorten. Dat de arbeidsmarkt onder druk staat en dat dit probleem steeds nijpender wordt, blijkt onder andere uit de spanningsindicator van het UWV. Deze spanningsindicator is een cijfer dat uitdrukt hoe de verhouding is tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Een cijfer onder 0,7 duidt op een ruime arbeidsmarkt, 0,7 tot 1,5 is gemiddeld, 1,6 tot 4 is krap en boven 4 is zeer krap. Bij een krappe arbeidsmarkt zijn er maar weinig werkzoekenden in verhouding tot het aantal vacatures. De gemiddelde indicator voor de drie noordelijke provincies in figuur 1.8 laat zien dat er sinds 2022 al sprake is van een zeer krappe arbeidsmarkt (5,1). Dit cijfer ligt beduidend hoger dan het gemiddelde van alle sectoren op de noordelijke arbeidsmarkt (2,4). Daarnaast is de krapte in 2024, in tegenstelling tot het totaal van de andere sectoren, het afgelopen jaar sterk toegenomen.
Figuur 1.8 Spanningsindicator arbeidsmarkt UWV Noord-Nederland 2016-2025 eerste kwartaal
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Zorg- en welzijnberoepen | Alle sectoren | |
|---|---|---|
| 2016 | 0,6 | 0,3 |
| 2017 | 1 | 0,5 |
| 2018 | 1,5 | 0,9 |
| 2019 | 1,6 | 1 |
| 2020 | 1,5 | 0,8 |
| 2021 | 2 | 0,9 |
| 2022 | 4,1 | 2,8 |
| 2023 | 4,4 | 2,6 |
| 2024 | 4,2 | 2,3 |
| 2025 | 5,1 | 2,4 |
Bron: UWV
ZorgpleinNoord heeft het afgelopen jaar middels het werkgeverspanel onderzoek (N=37) gedaan naar de personeelstekorten bij aangesloten organisaties. Hieruit kwam naar voren dat 76% van de deelnemers aan het onderzoek te kampen heeft met personeelstekorten. De belangrijkste gevolgen van de personele tekorten zijn dat de roosters soms niet rond zijn te krijgen én dat de kwaliteit van zorg er onder begint te lijden. De meest recente prognoses (ABF, 2024a) voorspellen dat Noord-Nederland in 2034, bij ongewijzigd beleid, 27.500 zorgmedewerkers tekortkomt. De zogeheten ‘omgekeerde prognose’ laat zien dat 15% van de zorgvraag over 9 jaar niet geleverd kan worden. In tabel 1.2 is te lezen hoe dit uitpakt voor de verschillende branches.
Tabel 1.2 Omgekeerde prognose: niet leverbare zorg in 2034
| Sector | Verwacht personeelstekort | Niet leverbare zorg |
|---|---|---|
| Verpleging en verzorging | 8.500 | 3.690 verpleeghuisplekken |
| Ziekenhuizen en UMC's | 5.700 | 456.400 polikliniekbezoeken |
| Gehandicaptenzorg (ambulant) | 4.100 | 2.010 cliënten zonder ondersteuning thuis |
| Thuiszorg (wijkverpleging) | 3.500 | 11.000 cliënten zonder wijkverpleging |
| GGZ | 2.200 | 352.500 consulten GGZ |
| Kinderopvang (0-4 jaar) | 2.000 | 5.924.400 uren kinderopvang |
| Sociaal werk | 1.400 | onbekend |
| Huisartsenzorg | 900 | 1.503.500 patiëntencontacten |
| Jeugdzorg (zonder verblijf) | 600 | 6.300 patiënten ontvangen geen jeugdhulp |
De bovenstaande tabel geeft een zorgwekkend beeld van de toekomstige arbeidsmarkt in zorg en welzijn. Hoewel het aantal professionals in de sector zorg en welzijn blijft toenemen, houdt deze groei geen gelijke tred met de toenemende vraag. Bovendien is het onzeker in hoeverre verdere uitbreiding van het personeelsbestand überhaupt mogelijk is. In het eerste kwartaal van 2025 was 22% van alle werkenden in Noord-Nederland actief in zorg en welzijn. Of dit aandeel in de toekomst verder kan stijgen, is mede afhankelijk van maatschappelijke keuzes. Een dergelijke toename zou echter onvermijdelijk betekenen dat er voor andere economische sectoren minder arbeidskrachten beschikbaar blijven.
