Naast sociale en technologische innovaties is de verbeterde samenwerking met informele zorg een richting die de druk op zorgpersoneel kan verlichten. De samenwerking tussen formele en informele zorg wordt steeds belangrijker in het streven naar toekomstbestendige en mensgerichte zorg. Verdere druk op de arbeidsmarkt, een toenemende zorgvraag en veranderende maatschappelijke verwachtingen maken duidelijk dat zorg en welzijn niet langer uitsluitend de verantwoordelijkheid kan zijn van professionals. Informele zorg door mantelzorgers, vrijwilligers en het sociale netwerk van cliënten spelen hierin een cruciale rol.
5.1 Omvang en intensiteit van mantelzorg en vrijwilligerswerk

Met mantelzorg wordt bedoeld dat iemand langdurig en onbetaald zorgt voor een naaste die door ziekte, ouderdom of een beperking hulp nodig heeft (Rijksoverheid, 2025).
Het aantal mantelzorgers is gegroeid ten opzichte van ruim tien jaar geleden. In 2012 verleenden ongeveer 1,6 miljoen mensen mantelzorg. Tien jaar later waren dat er zo'n 1,9 miljoen, wat neerkomt op ongeveer 13% van de Nederlanders van 16 jaar en ouder. Ook het aantal uren dat mantelzorgers gemiddeld per week besteden is toegenomen. Waar dit in 2012 nog ongeveer 11 uur per week was, ligt dit tegenwoordig rond de 12 tot 13 uur per week (CBS, 2024).
Deze cijfers laten zien dat mantelzorg een belangrijke bijdrage levert aan de zorg in de samenleving. De druk op mantelzorgers is aanzienlijk. Ongeveer 16% van hen voelde zich in 2022 (tamelijk) zwaar belast.
Naast mantelzorg speelt ook vrijwilligerswerk een belangrijke rol in de zorg. In 2022 waren bijna 900.000 mensen actief als zorgvrijwilliger, vaak structureel en met een aanzienlijke tijdsbesteding (Zorg voor beter, 2022).
Vrouwen nemen vaker de rol van mantelzorger op zich dan mannen. In 2023 verleende 15% van de vrouwen mantelzorg, tegenover 10% van de mannen. Een belangrijke groep binnen de mantelzorgers bestaat uit mensen met ouders van 80 jaar of ouder. In 2022 verleende 37% (605.000 mensen) van deze groep een vorm van mantelzorg.
5.2 Regionale verschillen en demografische uitdagingen voor Noord-Nederland
De Gezondheidsmonitor is een samenwerking tussen het CBS, RIVM en regionale gezondheidsdiensten (GGD’s) en verzamelt gegevens over gezondheid en zorggebruik van de Nederlandse bevolking. Hieruit blijkt dat er regionale verschillen zijn in mantelzorg, in sommige gebieden verlenen meer mensen mantelzorg en ervaren zij een hogere belasting. Ook verschilt de toegang tot ondersteuning en voorzieningen, zoals hulp van familie, vrienden of vrijwilligersorganisaties en formele diensten zoals dagopvang, huishoudelijke hulp of cursussen voor mantelzorgers. Vooral in sterk vergrijsde regio's van Noord-Nederland is het aandeel mantelzorgers relatief hoog, terwijl de beschikbare ondersteuning en voorzieningen voor mantelzorgers en vrijwilligers soms beperkt zijn.
De zogenoemde mantelzorgratio, de verhouding tussen het aantal potentiële mantelzorgers (personen van 50 tot 75 jaar) en het aantal 85-plussers, bedroeg in 2024 ongeveer 14 op 1. Dat betekent dat er gemiddeld veertien potentiële mantelzorgers zijn voor elke 85-plusser. Naar verwachting zal deze verhouding de komende decennia sterk afnemen tot circa 5 op 1 in 2050, als gevolg van de vergrijzing en de dalende omvang van jongere generaties. Vooral in krimpgebieden dreigt een tekort aan informele zorg (RIVM, 2024).
5.3 De zoektocht naar verbinding
Om beter zicht te krijgen hoe de huidige samenwerking tussen formele en informele zorg verloopt en over hoe deze samenwerking er in de toekomst uit zou moeten komen te zien, is in 2025 een regionale verkenning uitgevoerd door CMO STAMM en ZorgpleinNoord. De eerste fase van het onderzoek bestond uit een uitvraag onder het ZorgpleinNoord werkgeverspanel (met 38 deelnemende organisaties).
Uit de uitvraag blijkt dat een groot deel van de ondervraagde organisaties verwacht dat informele zorg in de toekomst een belangrijke rol gaat spelen. Zij geven aan ervan overtuigd te zijn in de toekomst meer aanspraak te moeten maken op vrijwilligers en mantelzorgers (ZorgpleinNoord, 2025).
Informele zorg wordt dus steeds vaker gezien als een belangrijk thema. Veel organisaties zijn bezig met de ontwikkeling van beleid over de samenwerking tussen formele en informele zorg. Bij 10 van de ondervraagde organisaties is er al beleid over samenwerking van formele en informele zorg (26,3%). Bij het grootste gedeelte van de ondervraagde organisaties is dit nog in ontwikkeling (39,5%), of vinden ad-hoc initiatieven plaats (28,9%).
Tabel 5.1 Beleidsfase rondom de samenwerking formele en informele zorg
| Beleidsfase rondom de samenwerking formele en informele zorg | n | % |
| Het thema speelt niet binnen mijn organisatie | 2 | 5,3% |
| Er vinden ad-hoc initiatieven plaats, maar er is geen structureel beleid | 11 | 28,9% |
| De organisatie is bezig met het ontwikkelen van beleid | 15 | 39,5% |
| We hebben beleid opgesteld en voeren dit momenteel uit | 9 | 23,7% |
| Het bestaande beleid wordt momenteel geëvalueerd | 1 | 2,6% |
| Totaal | 38 | 100,0% |
Ook het in kaart brengen van eigen medewerkers die mantelzorgtaken uitvoeren en het opzetten van mantelzorgbeleid, zijn punten van verbetering. Twaalf ondervraagden (31,6%) geven aan geen mantelzorgbeleid te hebben. Uit een andere vraag in het onderzoek wordt bovendien duidelijk dat slechts één organisatie (2,6%) volledig in beeld heeft hoeveel werknemers mantelzorgtaken op zich nemen.
Tabel 5.2 Beschikbaarheid rondom formele en informele zorg binnen organisatie
| In hoeverre is onderstaande beschikbaar in jouw organisatie? | Niet | In ontwikkeling | Wel | Weet ik niet |
| Een visie op samenwerking van formele en informele zorg | 10 (26,3%) | 14 (36,8%) | 13 (34,2%) | 1 (2,6%) |
| Een strategie voor de samenwerking van formele en informele zorg | 10 (26,3%) | 16 (42,1%) | 9 (23,7%) | 3 (7,9%) |
| Mantelzorgbeleid | 12 (31,6%) | 13 (34,2%) | 9 (23,7%) | 4 (10,5%) |
| Vrijwilligersbeleid | 3 (7,9%) | 5 (13,2%) | 29 (76,3%) | 1 (2,6%) |
| Trainingen over samenwerking tussen formele en informele zorg | 21 (55,3%) | 7 (18,4%) | 8 (21,1%) | 2 (5,3%) |
| Gespreksmodellen of tools over de samenwerking van formele en informele zorg | 16 (42,1%) | 10 (26,3%) | 9 (23,7%) | 3 (7,9%) |
Na de uitvraag onder het werkgeverspanel zijn verdiepende interviews gehouden met zeven zorg- en welzijnsorganisaties en twee focusgroepen met in totaal vijftien vertegenwoordigers uit de sector zorg en welzijn in Noord-Nederland. De resultaten staan in De zoektocht naar verbinding. Een regionale verkenning naar de samenwerking tussen formele en informele zorg in Noord-Nederland.