Blijft de nieuwe instroom de komende jaren in de noordelijke zorg- en welzijnssector toenemen? In dit hoofdstuk worden de belangrijkste ontwikkelingen in het beroepsonderwijs toegelicht en wordt aangegeven wat dit betekent voor verwachte nieuwe instroom in de komende jaren in zorg en welzijn.
2.1 Instroom zorg- en welzijnspersoneel groeit
In het vorige hoofdstuk kwam naar voren dat afgelopen jaar (Q2 2024 t/m Q1 2025) de instroom van nieuwe medewerkers in de noordelijke zorg- en welzijnssector weer is toegenomen. Instroom van buiten de sector in zorg en welzijn bestaat uit de volgende groepen:
- Gediplomeerden (mbo, hbo en wo);
- Zij-instromers: medewerkers die instromen vanuit andere bedrijfssectoren. Zij kunnen direct in een functie instromen in zorg en welzijn of instromen via een leerwerktraject. Naast hun baan volgt deze groep een bbl-opleiding in het mbo of duale hbo-opleiding en is tegelijkertijd ook deelnemer aan het beroepsonderwijs;
- Herintreders: medewerkers die na een jaar of langer terugkeren in de sector;
- Medewerkers die instromen na een uitkering of (korte) periode van inactiviteit.
Een groot deel van deze nieuwe medewerkers stroomt de zorg- en welzijnssector in via het beroepsonderwijs, zowel na het afronden van bol- of voltijdsopleiding of aan het begin van een bbl- of duale opleiding.
Figuur 2.1 laat zien dat de stijging van de instroom in zorg en welzijn van meer dan 7% met name (68%) bestaat uit medewerkers jonger dan 35 jaar. De oudere leeftijdsklassen zijn ondervertegenwoordigd in de nieuwe instroom en ten opzichte van het afgelopen jaar is de instroom voor deze leeftijdsklasse licht afgenomen.
Figuur 2.1 Instroom zorg en welzijn Noord-Nederland naar leeftijdscategorie
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Periode | 2023- 2024 | 2024- 2025 |
|---|---|---|
| Jonger dan 25 jaar | 8.350 | 8.940 |
| 25 tot 35 jaar | 3.590 | 3.860 |
| 35 tot 45 jaar | 2.290 | 2.300 |
| 45 tot 55 jaar | 2.080 | 2.030 |
| 55 jaar of ouder | 1.630 | 1.580 |
Bron: CBS augustus 2025, bewerking ZorgpleinNoord.
2.2 Aantal studenten loopt in alle sectoren terug, aandeel zorg en welzijn blijft op peil
Afgelopen studiejaar (‘24/’25) volgden in Noord-Nederland ruim 136.000 studenten een mbo-, hbo- of wo-beroepsopleiding. Bijna 40.000 studenten, 29% van het totaal aantal studenten, volgt een zorg- of welzijnsopleiding. Landelijk bedraagt het aandeel zorg- en welzijnsstudenten 25%. Figuur 2.2 laat zien dat het totaal aantal studenten in Noord-Nederland aan het dalen is in vergelijking met studiejaar ‘18/’19. Deze daling geldt zowel voor het aantal studenten in een zorg- en welzijnsopleiding, als voor de studenten in de overige sectoren. Daarmee blijf het aandeel studenten dat een zorg- en welzijnsopleiding volgt in Noord-Nederland op peil.
Figuur 2.2 Aantal studenten mbo, hbo en wo in Noord-Nederland studiejaren '18/'19 t/m '24/'25
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Studiejaren | Overige sectoren | Zorg en welzijn |
|---|---|---|
| '18/'19 | 100.660 | 40.090 |
| '19/'20 | 102.720 | 40.930 |
| '20/'21 | 105.040 | 42.370 |
| '21/'22 | 105.010 | 42.530 |
| '22/'23 | 101.740 | 41.440 |
| '23/'24 | 99.810 | 40.660 |
| '24/'25 | 96.750 | 39.430 |
Bron: CBS mei 2025, bewerking ZorgpleinNoord.
De afgelopen drie studiejaren (’22/’23 t/m ’24/’25) daalde het aantal studenten zorg en welzijn gemiddeld met 1.000 studenten per jaar. In de opleidingen voor de overige sectoren zette de daling van het aantal studenten al een jaar eerder (studiejaar ’21/’22) in. Ook in de rest van Nederland neemt het aantal studenten in zorg- en welzijnsopleidingen en in opleidingen voor andere sectoren af. Sinds 2000 worden er minder kinderen geboren, met als gevolg dat via het primair en voortgezet onderwijs nu ook de nieuwe aanwas voor het mbo- en hbo-beroepsonderwijs aan het afnemen is (MinOCW, 2025).
De daling van studenten in de zorg- en welzijnsopleidingen is goed terug te zien in de nieuwe instroom per studiejaar. In studiejaar ’18/’19 startten 16.100 studenten in Noord-Nederland met een zorg- of welzijnsopleiding op mbo-, hbo- of wo-niveau. In ’21/’22 was dit aantal nog licht toegenomen tot 16.300 studenten, maar daarna zette een daling in. In het studiejaar '24/'25 startten 14.130 studenten met een zorg- of welzijnsopleiding.
2.3 Aantal studenten zorgopleidingen en welzijnsopleidingen bijna gelijk
Kijkend naar de richting van de opleiding, is het totaal aantal deelnemers in welzijnsopleidingen voor alle niveaus inmiddels bijna even groot als het aantal studenten in zorgopleidingen (figuur 2.3). Het aantal studenten in welzijn groeide tot en met studiejaar ’21/’22 harder dan in zorg. De daling van het aantal studenten was in de welzijnsopleidingen in de studiejaren ’22/’23 en ’23/’24 minder groot dan in zorg. Deze ontwikkeling is ook terug te zien in de instroomcijfers. In de studiejaren ’18/’19 t/m ’24/’25 daalde de instroom in zorgopleidingen van 8.100 naar 6.900 studenten. In welzijn was deze daling minder sterk: van 7.920 naar 7.230 studenten. Sinds studiejaar ’22/’23 startten er ieder studiejaar meer studenten in een welzijnsopleiding dan in een zorgopleiding.
Figuur 2.3 Aantal studenten mbo, hbo en wo in Noord-Nederland naar zorg- of welzijnsopleiding studiejaren '18/'19 t/m '24/'25
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Studiejaren | Welzijn | Zorg |
|---|---|---|
| '18/'19 | 18.430 | 21.660 |
| '19/'20 | 19.330 | 21.600 |
| '20/'21 | 20.300 | 22.070 |
| '21/'22 | 20.390 | 22.140 |
| '22/'23 | 20.170 | 21.270 |
| '23/'24 | 20.020 | 20.640 |
| '24/'25 | 19.420 | 20.010 |
Bron: CBS mei 2025, bewerking ZorgpleinNoord.
2.4 Daling mbo en hbo, groei wo zorg en welzijn
Figuur 2.4 laat zien dat studentenaantallen in het mbo en hbo aan het dalen zijn sinds studiejaar ’22/’23. Voor het wo is sprake van een andere ontwikkeling: het aantal studenten groeit. Tijdens de covid19-jaren (studiejaren ’20/’21 en ’21/’22) was er in mbo en hbo sprake van toename van de nieuwe instroom van zorg- en welzijnsstudenten. Deze tijdelijke opleving van de nieuwe instroom is goed terug te zien in de ontwikkeling van het totaal aantal mbo- en hbo-studenten.
Figuur 2.4 Aantal studenten zorg en welzijn naar opleidingsniveau Noord-Nederland studiejaren '18/'19 t/m '24/'25
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Studiejaren | mbo | hbo | wo |
|---|---|---|---|
| '18/'19 | 19.190 | 14.210 | 6.690 |
| '19/'20 | 19.790 | 14.210 | 6.930 |
| '20/'21 | 20.290 | 14.760 | 7.320 |
| '21/'22 | 20.340 | 14.780 | 7.410 |
| '22/'23 | 19.860 | 14.260 | 7.320 |
| '23/'24 | 19.040 | 13.900 | 7.720 |
| '24/'25 | 18.170 | 13.500 | 7.760 |
Bron: CBS mei 2025, bewerking ZorgpleinNoord.
Eerder kwam al naar voren dat de daling van het totaal aantal studenten zorg en welzijn het gevolg is van demografische ontwikkelingen: het totaal aantal studenten in Nederland daalt door ontgroening van de bevolking. Desondanks is In Noord-Nederland is het aandeel zorg- en welzijnsstudenten licht gegroeid. Tussen de studiejaren ’18/’19 t/m ’24/’25 groeide in het mbo het aandeel studenten zorg en welzijn van 31% naar 33%. In het hbo is sprake van stabilisatie, 26% van alle hbo-studenten volgt een zorg- of welzijnsopleiding. In het wo is het aandeel zorg- en welzijnsstudenten gegroeid van 24% naar 26% van alle wo-studenten. Zorg en welzijn lijkt in Noord-Nederland aan populariteit iets te winnen.
2.5 Daling mbo en hbo, vooral in bol-leerweg en bij voltijdstudent
Figuur 2.5 laat de ontwikkeling van aantal mbo-studenten zorg en welzijn zien naar leerweg. Het aantal studenten dat een zorg- of welzijnsopleiding volgt via de bbl-leerweg zit in de lift, in de studiejaren ’18/’19 t/m ’24/’25 is het aantal met een kwart toegenomen. Opvallend is wel de ontwikkeling in het laatste studiejaar (’24/’25), waarin het aantal bbl-studenten zorg en welzijn voor het eerst niet groeit in Noord-Nederland. De nieuwe instroom in de bbl-opleidingen was dat studiejaar maar 2.380 studenten. Dat is een stuk lager dan de gemiddelde instroom van 3.000 bbl-studenten in zes studiejaren (’18/’19 t/m ’23/’24) daarvoor.
De meest mbo’ers, 12.440 studenten in ’24/’25, volgen hun zorg- en welzijnsopleiding via de bol-leerweg. Het aantal bol-studenten is in Noord-Nederland met 15% teruggelopen in de studiejaren ’18/’19 t/m ’23/’24. In dezelfde periode is het aantal bol-studenten in de overige sectoren met 21% teruggelopen. De daling van het aantal mbo-studenten in zorg en welzijn komt vooral door de afname van het aantal bol-studenten. Deze afname is vergelijkbaar met de daling van het aantal bol-studenten in de overige sectoren.
Figuur 2.5 Aantal studenten mbo zorg en welzijn naar leerweg Noord-Nederland studiejaren '18/'19 t/m '24/'25
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Studiejaren | mbo-bbl | mbo-bol |
|---|---|---|
| '18/'19 | 4.570 | 14.620 |
| '19/'20 | 5.120 | 14.670 |
| '20/'21 | 5.150 | 15.140 |
| '21/'22 | 5.280 | 15.060 |
| '22/'23 | 6.170 | 13.690 |
| '23/'24 | 6.420 | 12.620 |
| '24/'25 | 5.730 | 12.440 |
Bron: CBS mei 2025, bewerking ZorgpleinNoord
De daling van het aantal studenten in het hbo in zorg en welzijn die te zien is in figuur 2.6 is het gevolg van de afname van het aantal voltijdsstudenten. Afgelopen zeven studiejaren (’18/’19 t/m ’24/’25) daalde het aantal voltijdsstudenten met zo’n 9%. De daling van het aantal voltijdstudenten in de overige sectoren in het hbo was met 3% kleiner dan in zorg en welzijn. Het aantal studenten dat hun zorg- of welzijnsopleiding in deeltijd of duaal volgt is gegroeid. Deze toename in zorg en welzijn is met 15% vergelijkbaar met de groei (+16%) van het aantal duale en deeltijdsstudenten in de overige sectoren in het hbo in Noord-Nederland.
Figuur 2.6 Aantal studenten hbo zorg en welzijn naar leerweg Noord-Nederland studiejaren ’18/’19 t/m ’24/’25
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Studiejaren | hbo-deeltijd en duaal | hbo-voltijd |
|---|---|---|
| '18/'19 | 2.350 | 11.860 |
| '19/'20 | 2.580 | 11.630 |
| '20/'21 | 2.640 | 12.120 |
| '21/'22 | 2.750 | 12.030 |
| '22/'23 | 2.710 | 11.550 |
| '23/'24 | 2.640 | 11.260 |
| '24/'25 | 2.690 | 10.810 |
Bron: CBS mei 2025, bewerking ZorgpleinNoord
2.6 Ontwikkeling van specifieke zorg- en welzijnsopleidingen
De onderstaande drie tabellen laten de ontwikkeling zien voor een aantal specifieke zorg- en welzijnsopleidingen. Zorgwekkend is de dalende trend in de afgelopen studiejaren (’18/’19 t/m ’24/’25) van het aantal studenten in de opleiding tot verzorgende-ig (-46,4%), mbo-verpleegkundige (-18,4%) en in minder mate ook hbo-verpleegkundige (-5,7%). Voor alle drie de functiegroepen worden er de komende jaren toenemende personeelstekorten verwacht, doordat de vraag naar deze functie sneller groeit dan het personeelsaanbod. Als de dalende trend doorzet en er steeds minder gediplomeerde verzorgenden-ig, mbo- en hbo-verpleegkundigen op de noordelijke arbeidsmarkt komen, zal het verschil tussen vraag en aanbod en daarmee het personeelstekort nog groter worden.
Het aantal studenten is behoorlijk gegroeid in de mbo-opleidingsdossiers pedagogisch werk en sociaal werk, de hbo-bacheloropleidingen toegepaste psychologie en pedagogiek en de wo-bachelor opleiding pedagogische wetenschappen. In hoofdstuk 1 kwam naar voren dat het aantal werknemers in de branches sociaal werk, kinderopvang en jeugdzorg en mindere mate ggz tussen 2020 en 2025 behoorlijk gegroeid is. Mocht de werknemersgroei in de genoemde branches doorzetten, dan is het een positieve ontwikkeling dat de animo voor deze sociale en pedagogische opleidingen toegenomen is.
Tabel 2.1 Studenten Noord-Nederland naar specifieke zorg- of welzijnsopleiding ’18/’19 t/m ’24/’25
| Mbo-kwalificatiesdossier: | Ontwikkeling Noord-Nederland studiejaren '18/'19 t/m '24/'25: |
| 1. Pedagogisch Werk | Groei van 3.960 naar 4.220 studenten. Dit is de zorg- en welzijnsopleiding met de meeste studenten. |
| 2. Maatschappelijk Werk | Groei aantal studenten van 3.190 naar 3.750, maar t.o.v. studiejaar '23/24 daling van 230 studenten. |
| 3. Mbo-verpleegkundige | Afname van 4.020 naar 3.280 studenten. Sinds studiejaar '18/'19 daalt elk jaar de instroom van nieuwe studenten. |
| 4. Dienstverlening (o.a. helpende) | Stabilisatie, het aantal studenten wisselt per studiejaar tussen de 1.980 ('19/'20) en 2.160 ('24/'25) studenten. |
| 5. Verzorgende-ig | Afname van 3.750 naar 2.010 studenten. Ieder studiejaar daalt het aantal studenten. |
| 6. Sociaal Werk | Groei van 550 naar 810 studenten. |
| Hbo-bachelor opleiding: | Ontwikkeling Noord-Nederland studiejaren '18/'19 t/m '24/'25: |
| 1. Hbo-verpleegkunde | Afname van 3.300 naar 3.140 studenten, deze afname zit vooral in het laatse studiejaar (-160 studenten t.o.v. '23/'24). |
| 2. Social Work | Stabilisatie: 2.720 studenten in '24/'25 en in '18/'19 waren dit 2.750 studenten. |
| 3. Fysiotherapie | Groei van 1.010 naar 1.150 studenten. |
| 4. Toegepaste Psychologie | Groei van 620 naar 960 studenten. |
| 5. Pedagogiek | Groei van 560 naar 750 studenten. |
| Wo-bachelor opleiding: | Ontwikkeling Noord-Nederland studiejaren '18/'19 t/m '24/'25: |
| 1. Geneeskunde | Groei van 1.240 naar 1.350 studenten |
| 2. Psychologie | Stabilisatie: 1.750 studenten in '24/'25 en in '18/'19 waren dit 1.770 studenten. |
| 4. Pedagogische Wetenschappen | Groei van 330 naar 710 studenten. |
| Legenda: | |
| Groeiende trend | |
| Stabilisatie of niet de hele periode een groeiende trend | |
| Afnamende/dalende trend |
2.7 Nog geen daling van het aantal gediplomeerden zorg en welzijn
De daling van het aantal studenten zorg en welzijn is nog niet terug te zien in de ontwikkeling van het aantal gediplomeerden per studiejaar. De meest actuele cijfers van gediplomeerden zijn beschikbaar tot en met studiejaar ’23/’24. Waarschijnlijk wordt hierbij ook nog geprofiteerd van de tijdelijke instroomverhoging in de covid19-jaren (studiejaren ’20/’21 en ’21/’22). Deze afstudeerders kunnen een gedeeltelijke verklaring zijn voor de toename van de instroom van jonge werknemers in de noordelijke zorg- en welzijnssector tussen Q2 2024 en Q1 2025.
Figuur 2.8 Aantal gediplomeerden zorg en welzijn naar mbo, hbo en wo in Noord-Nederland studiejaren '18/’19 t/m '23/’24
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Studiejaren | mbo | hbo | wo |
|---|---|---|---|
| '18/'19 | 5.970 | 2.530 | 1.950 |
| '19/'20 | 5.930 | 2.360 | 1.830 |
| '20/'21 | 6.190 | 2.670 | 2.270 |
| '21/'22 | 6.090 | 2.410 | 2.110 |
| '22/'23 | 6.150 | 2.530 | 2.130 |
| '23/'24 | 6.150 | 2.500 | 2.140 |
Bron: CBS mei 2025, bewerking ZorgpleinNoord
Kijkend naar de huidige onderwijsontwikkelingen, is de verwachting dat de nieuwe instroom vanuit met name het middelbaar en hoger beroepsonderwijs gaat afnemen in Noord-Nederland. Door de demografische ontwikkelingen neemt vooral het potentieel aan jonge studenten af. De instroom in zorgfuncties als verzorgende-ig, maar ook mbo- en hbo-verpleegkundige staat extra onder druk door de behoorlijke afname van het aantal studenten in deze opleidingen.
Naast volledige kwalificerende opleidingen wordt steeds meer opgeleid in de vorm van modules, certificaten, EPA’s* en met microcredentials**. Zorg- en welzijnsprofessionals, maar ook mantelzorgers en vrijwilligers, leren binnen een kort tijdsbestek nieuwe skills en vaardigheden en zijn daarmee ook sneller inzetbaar op een specifieke taak of werkpakket. Cijfers over deze ontwikkeling zijn nog niet beschikbaar, waardoor het effect ervan momenteel niet te duiden is voor de noordelijke zorg- en welzijnssector.
Deze nieuwe opleidingsvormen hebben wel de potentie om nieuwe instroom (zoals zij-instromers en herintreders) sneller te laten instromen op de arbeidsmarkt en te laten doorstromen binnen zorg- en welzijnsorganisaties.
* EPA staat voor Entrustable Professional Activity en verwijst naar professionele taken die aan een professional in opleiding kunnen worden toevertrouwd zodra ze bekwaam zijn. Het is een manier om de professionele ontwikkeling en competenties van bijvoorbeeld artsen en verpleegkundigen te beoordelen en te structureren, vaak in combinatie met microcredentials.
** Microcredentials zijn erkende, kleinschalige bewijzen van leeruitkomsten die een specifiek deel van kennis, vaardigheden of competenties aantonen, vaak gericht op een duidelijk afgebakende leerdoelstelling of beroepsgerichte vaardigheid.